Rasbeschrijving

Nederlandse vertaling rasbeschrijving WP&CS

Hieronder vindt u de Nederlandse vertaling van de rasbeschrijving van het moederstamboek. Een vertaling brengt ook interpretatie met zich mee en daarom kan het voorkomen dat de Nederlandse woorden niet geheel de Engelse begrippen dekken; onder alle omstandigheden is de rasbeschrijving van het moederstamboek leidend. Klik hier voor de Engelse versie.

 

Algemene omschrijving Welsh Pony
Sectie A’s (Welsh Mountain Pony) is hard, levendig en ponyachtig en wordt niet groter dan 121,9 cm. Sectie B’s (Welsh Pony) is gelijkvormig aan de sectie A’s, maar heeft meer maat (niet groter dan 137,2 cm) en heeft meer rijponykwaliteiten. De Sectie C’s zijn de Welsh Pony’s met Cob type; de Sectie D is de Welsh Cob. Het enige verschil tussen Sectie C en D is de maat; de Sectie C is niet groter dan 137,2 cm. De Sectie D is bij voorkeur groter dan 137,2 cm. en kent geen maximummaat.

Welsh Mountain Pony-Sectie A (niet groter dan 121,9 cm)
Algemeen voorkomen: hard en levendig, ponyachtig;
Kleur: elke kleur behalve platenbont;
Hoofd: klein, droog, goed aangezet en smaller toelopend naar de snuit;
Ogen: groot, moedig en prominent;
Oren: goed geplaatst,klein en spits, goed hoog op het hoofd, in verhouding dicht bij elkaar;
Neusgaten: opvallend en open;
Kaken en keelgang: droog en fijn besneden, veel ruimte bij kaakuitsnijding;

Hals: lang, goed gedragen en tamelijk dun bij merries, maar met neiging tot een zware manenkam bij volwassen hengsten;
Schouders: lang en goed schuin naar achter liggend. Schoft tamelijk fijn, maar niet te scherp. De opperarm rechtop, zodat het voorbeen niet onder het lichaam komt te staan;
Voorbenen: vierkant en correct gesteld, vrij in de elleboog; een lange, sterke onderarm, goed ontwikkelde voorknie, korte platte pijpen onder de knie. De koten evenredig van helling en lengte, de voeten goed gevormd en rond, sterke hoeven;
Rug en lendenen: gespierd, krachtig en goed verbonden;
Borst: diep;
Ribben: goed gewelfd;

Croupe: lang en fijn; niet hoekig of kort; staart goed aangezet; vrolijk
gedragen;
Achterbenen: de spronggewrichten moeten groot, plat en droog zijn met duidelijk afgetekende hakken die niet naar binnen of buiten bewegen. Het achterbeen niet te veel gebogen. De hak mag niet achter een lijn staan die loopt van de zitbeenknobbel naar de kogel. De voeten moeten goed gevormd zijn, sterke hoeven; Beweging: vlot, vrij en recht vanuit de schouder vooruitgrijpend. Veel buiging in de knieën en spronggewrichten recht en krachtig stuwend onder het lichaam gebracht;

 

Welsh Pony -Sectie B (niet groter dan 137,2 cm)
De algemene beschrijving van pony's in de sectie A is van toepassing op pony's in de sectie B. In het bijzonder moet de sectie B pony beschreven worden als een rijpony, met kwaliteit, rijtypische beweging, voldoende bot, massa en inhoud, hardheid, een sterk gestel en met ponyuitstraling.Generatielang zijn deze pony’s de belangrijkste vorm van transport geweest voor boeren bij het hoeden van de schapen en wilde pony’s in ruig en bergachtig terrein. De Welsh Pony moest hard, met goed evenwicht en een sterke overlever zijn; alleen de beste exemplaren werden gebuikt voor de fokkerij. Eerder genoemde kwaliteiten, evenals een natuurlijke aanleg voor springen en het pittige karakter van de Welsh Mountain Pony voorouders maken van de Welsh Pony een niet te overtreffen keuze voor de ruiter ongeacht voor welke tak van de paardensport. Vandaag de dag staat de Welsh Pony zijn mannetje zowel in de prestatiering, als ook in de showring.

 

Welsh Pony met Cob Type en de Welsh Cob -resp. Secties C en D.
De Sectie C niet groter dan 137,2 meter. De Sectie D bij voorkeur groter dan 137,2 cm. en kent geen maximum maat. De Welsh Pony met Cobtype, Sectie C, is een goede tegenhanger van de Welsh Pony en dezeSectie is in heden en verleden sterk beïnvloed door de Cobs. Hun echtewaarde als veelzijdigheid pony is volledig tot zijn recht gekomen in de laatste decennia en het aantal Sectie C’s is sterk stijgende. Actief, vast ter been en hard zijn ze geschikt voor meerdere doeleinden zowel door kinderen als ook door volwassenen. Idem als bij de andere Secties, zijn de C’tjes van nature beste springers en excelleren ze in tuig. Er zijn geen paardensporten denkbaar waarvoor ze niet kunnen worden gebruikt. De hoogte mag niet groter zijn dan 137,2 cm.Treffend beschreven als de beste rijpony en aangespannen pony ter wereld, hebben de Welsh Cobs zich in de afgelopen eeuwen ontwikkeld als moedige pony’s, geschikt voor aangespannen werk met een groot uithoudingsvermogen. De Sectie D kenmerkt zich door kracht, hardheid en geschiktheid voor alle doelen. Het hoofd laat veel kwaliteit zien met ponyuitstraling; grote prominente ogen; een breed voorhoofd en kleine goed geplaatste oren. Het lichaam moet diep zijn op sterke benen met goede ontwikkelde en harde gewrichten; goed ontwikkelde platte pijpen met veel bot. De actie is recht, vrij en krachtig; de voorbenen moeten worden gebogen en het gehele voorbeen moet vanuit het schouder naar voren worden gebracht zover als mogelijk is in alle gangen, met de achterbenen krachtig gebogen zorgend voor
veel stuwkracht. De Welsh Cob is een goed jachtpaard en staat zijn mannetje in alle takken van de paardensport. In recente jaren met veel succes uitgebracht voor de wagen. Hun capaciteiten zijn oneindig; bij voorkeur groter dan 137,2 cm.; er is geen maximummaat.

Algemeen voorkomen: sterk, hard en actief, met pony uitstraling en zoveel mogelijk massa en inhoud;
Kleur: elke kleur behalve platenbont;
Hoofd: vol kwaliteit en pony uitstraling. Een grof hoofd en een ramsneus zijn hoogst ongewenst;
Ogen: groot en moedig, prominent en wijd uit elkaar geplaatst;
Oren: fijn en goed geplaatst;
Hals: lang en goed gedragen; tamelijk dun bij merries, maar met neigingtot een zware manenkam bij volwassen hengsten;
Schouders: krachtig, maar goed schuin naar achter liggend;
Voorbenen: vierkant gesteld en vrij in de elleboog. Lange, sterke onderarmen. De knieën goed ontwikkeld met daaronder veel bot. De koten evenredig van helling en lengte. De voeten goed gevormd en sterke hoeven.
In natuurlijke staat is een redelijke hoeveelheid zijdeachtig behang toegestaan, maar grof, draderig haar is absoluut bezwaarlijk;
Middenstuk: rug en lendenen gespierd, krachtig en goed verbonden; diepen goed gesloten;
Croupe: lang en sterk. Een hoekig of afhangend kruis is bezwaarlijk; staartgoed aangezet;
Achterbenen: sterke en bespierde schenkels. De spronggewrichten moeten groot, plat en droog zijn met duidelijk afgetekende hakken, die niet naar binnen of buiten bewegen. Het achterbeen niet te veel gebogen. De hak mag niet achter een lijn staan die loopt van de zitbeenknobbel naar de kogel. De koten evenredig van helling en lengte. Voeten goed gevormd sterke hoeven;
Beweging: vrij, correct en krachtig. In draf moet de knie gebogen worden en het hele voorbeen moet recht vanuit de schouder en zover mogelijk naar voren gestrekt worden. Veel buiging in de spronggewrichten, recht en krachtig stuwend onder het lichaam gebracht.